De term BTW kom je bijna overal tegen, of je nu iets in een winkel koopt of online bestelt. We weten dat BTW een soort belasting is, maar het is niet voor iedereen altijd even duidelijk hoe het precies werkt en wie wat moet betalen. Consumenten zien alleen het bedrag op de bon, terwijl ondernemers moeten omgaan met tarieven, administratie en aangiftes. Zodra je begrijpt hoe BTW wordt berekend en verwerkt, wordt snel duidelijk waarom dit systeem zo veel wordt gebruikt.
Wat BTW precies inhoudt
De afkorting BTW staat voor Belasting over de Toegevoegde Waarde. De overheid vraagt deze belasting aan op bijna alle producten en diensten die dagelijks worden verkocht. Bij elke aankoop betaalt de consument dus een deel aan BTW, zonder dat dit direct zichtbaar is in het productieproces. Ondernemers rekenen die belasting door en maken het bedrag later over aan de overheid. Het systeem draait om de waarde die ontstaat wanneer een ondernemer een product verwerkt, verpakt, transporteert of verkoopt. Iedere stap in de keten voegt dus iets toe en over die extra waarde wordt BTW betaald. Zo wordt de belasting netjes verdeeld.
Uiteindelijk komt de volledige last daarentegen bij de consument terecht. Dit komt doordat bedrijven de BTW die zij eerder hebben betaald, weer mogen aftrekken. Dat houdt de administratie namelijk overzichtelijk en voorkomt dat er twee keer belasting over hetzelfde gedrag wordt betaald. Dit word bijvoorbeeld ook gedaan bij een APK, de betekenis hiervan vind je bij onze blog over de betekenis van APK.
Waar gaat de BTW uiteindelijk heen: De overheid gebruikt de inkomsten voor allerlei publieke diensten, zoals wegen, onderwijs of andere maatschappelijke voorzieningen.
Hoe de berekening van BTW werkt
De berekening van BTW werkt eigenlijk heel makkelijk. In Nederland gebruiken we drie soorten tarieven, namelijk het algemene tarief, het verlaagde tarief en het nultarief. Hieronder staan ze allemaal duidelijk op een rij:
- Het algemene tarief (21%) komt je het vaakste tegen, omdat het geld voor de meeste producten en diensten.
- Het verlaagde tarief (9%) wordt gebruikt bij eten, boeken en sommige culturele activiteiten.
- Het nultarief (0%) zie je vooral terug bij internationale handel waar ondernemers wel BTW moeten vermelden maar geen bedrag hoeven te rekenen.
Het relevante percentage wordt netjes in de administratie verwerkt, zodat duidelijk blijft wat er is ontvangen en wat er eerder is betaald. Tijdens de aangifte trekt de ondernemer de betaalde BTW af van de BTW die klanten hebben betaald. Wat daarna nog overblijft wordt afgedragen aan de overheid. Op deze manier blijf het proces overzichtelijk en ontstaat er geen dubbele belasting.
Wanneer ondernemers BTW moeten afdragen
Ondernemers sturen facturen met daarop de juiste BTW-tarief, zodat duidelijk is welk bedrag bij een verkoop hoort. Dit tarief sluit altijd aan bij het soort product of dienst dat wordt geleverd. Na elk tijdvak moeten ondernemers aangifte doen via het online portaal van de belastingdienst. Voor veel bedrijven is dat elk kwartaal maar sommige doen dit maandelijks of juist één keer per jaar. Dit hangt af van de omvang van hun onderneming en de afspraken met de Belastingdienst.
Tijdens de aangifte geeft een ondernemer aan hoeveel BTW is ontvangen van klanten en hoeveel BTW eerder is betaald bij inkoop. Het verschil tussen deze twee bedragen wordt uiteindelijk afgerekend, waardoor een goede administratie erg belangrijk is. Zo blijft het eenvoudig om alles terug te vinden wanneer de aangifte wordt ingevuld.

Regelingen die invloed hebben op de BTW-afhandeling
Soms gelden er daarentegen andere Belasting over de Toegevoegde Waarde regels dan de standaardtarieven. Een bekende uitzondering is zo bijvoorbeeld de verleggingsregeling. In dat geval betaalt niet de leverancier, maar de afnemer de BTW. Deze methode komt vaak voor in de bouwsector en bij internationale zakelijke diensten. Het doel is om de administratie eenvoudiger te maken en misverstanden te voorkomen. Daarnaast zijn er vrijstellingen voor sectoren zoals zorg, onderwijs en kinderopvang. Zij rekenen geen BTW aan klanten, maar moeten wel kunnen aantonen dat zij onder de vrijstelling vallen.
Importerende ondernemers krijgen dan weer met een andere regeling te maken. Wanneer zij goederen van buiten de EU binnenbrengen, mogen ze zo bijvoorbeeld de verschuldigde BTW uitstellen via artikel 23. Hierdoor betalen zij de belasting niet direct bij de douane, maar verrekenen zij deze later in de aangifte. Deze uitzonderingen veranderen daarentegen niets aan de basis van BTW, maar zorgen voor een aangepaste aanpak in situaties waarin standaardregels niet goed aansluiten.
Zo valt alles op zijn plek
Belasting over de Toegevoegde Waarde kan in het begin ingewikkeld lijken, maar zodra je de opbouw en de regels begrijpt, valt het best mee. De vaste tarieven, de manier van afrekenen en de uitzonderingen vormen samen een duidelijk systeem. Dit werkt voor zowel ondernemers als consumenten. Ondernemers houden hun administratie overzichtelijk en consumenten weten dat de belasting al in de prijs zit. Daardoor wordt het eenvoudiger om facturen, tarieven en aangiftes te begrijpen, en zie je sneller hoe het hele proces in elkaar zit.




